Osteopathie?

Definitie

"De osteopathie is een manuele, diagnostische en therapeutische benadering voor het behandelen van functiestoornissen in de mobiliteit van gewrichten en weefsels in het algemeen, en voor het vaststellen van het aandeel ervan in het ontstaan van ziekteverschijnselen."
Belgische Academie voor Osteopathie vzw

“Osteopathy is a system of medicine that emphasizes the theory that the body can make its own remedies, given normal structural relationships, environmental conditions, and nutrition. It differs from allopathy primarily in its greater attention to body mechanics and manipulative methods in diagnosis and therapy."
World Health Organization (WHO)

"Osteopathie is een therapeutische en diagnostiche* manuele benadering van de pathologieën. In het kader van een eerstelijnsopvang van de patiënten, richt ze zicht uitsluitend op het dysfonctioneren van het locomotorische stelsel en het perifere zenuwstelsel. Osteopathische pathologieën die niet in de bovenvermelde definitie vallen, worden in de tweede lijn benaderd"
Kamer osteopathie (advies K2)

* Onder "diagnostische" verstaat men een werkhypothese in het diagnoseproces.


Principes

Een osteopathische benadering is gebaseerd op een goed besef van de grondbeginselen van eenheid van lichaam en geest, van de zelfregulering van het menselijk lichaam en van het wederzijds verband tussen structuur en functie.

Hieronder geven we wat meer informatie bij enkele karakteristieken van de osteopathie, die misschien niet als exclusief kunnen worden beschouwd voor het beroep maar die wel deel uitmaken van haar conceptueel kader en aldus haar identiteit weergeven:

  • een specifieke klinische praktijk die voornamelijk gericht is op het gebruik van de handen met een diagnostisch en therapeutisch doel;
  • de sterke verwevenheid van structuur en functie van de patiënt/zorgconsument met daaraan gekoppeld de grote waarde die er gehecht wordt aan het bewegingsstelsel;
  • het op de voorgrond plaatsen van de patiënt/zorgconsument en niet van de ziekte (patient-centered en niet disease-centered);
  • het grote belang van het herstel van functie;
  • een groot vertrouwen in de eigen mogelijkheden van het lichaam om zichzelf te genezen;
  • het op het voorplan stellen van de gezondheid en de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt/zorgconsument hierin.


Geschiedenis

Andrew Taylor Still (°1828 Virginia, †1917 Kirksville) is de grondlegger van de osteopathie. In de voetsporen van zijn vader wordt hij arts en praktiseert hij de eerste twintig jaar geneeskunde. Hij neemt als Unionist deel aan de secessieoorlog (1861-1864) als veldchirurg. Het verlies van enkele van zijn kinderen tijdens een epidemie van hersenvliesontsteking overtuigt Still van de noodzaak om de geneeskunde te hervormen. De regels van zijn ideeënmeester (John Wesley) volgend, observeert hij de natuur, dissecteert hij lijken van Shawnee-indianen en ontleedt hij dieren die hij buit maakt bij de jacht. Hij bestudeert ook de geneeskunde van de Shawnees, waaronder een aantal gewrichtsmanipulaties.
Zijn medische doctrine wordt een mengeling van metafysica en mechanicistische speculaties die voortvloeien uit zijn observaties. Voor hem komen alle ziekten voort uit een belemmering van de goede bloedcirculatie. Spiersamentrekkingen en gewrichtsverschuivingen zijn verantwoordelijk voor een slechte circulatie van de levensvochten. Still bevestigt zijn theorieën met zijn klinische resultaten en niet via een experimentele methode. Door zijn collega’s miskend, sticht hij het eerste college voor osteopathie in Kirksville in 1892 (“American School of Osteopathy”).

De osteopathie in Europa en de rest van de wereld heeft een heel andere evolutie doorgemaakt.
John Martin Littlejohn (1865-1947) is diegene die de osteopathie naar Europa brengt. Hij studeert aanvankelijk rechten, oosterse filologie, theologie maar ook anatomie en fysiologie aan de universiteit van Glasgow. Met een zwakke gezondheid, emigreert hij in 1892 naar Amerika waar hij zich wendt tot A.T. Still voor behandeling. Dit brengt hem spoedig herstel, wat grote indruk op hem maakt. Still biedt hem een positie als docent algemene geneeskunde aan en Littlejohn gaat bij hem in opleiding tot osteopaat. Littlejohn schrijft zich in aan het College van Kirksville en wordt er al spoedig decaan. Hij komt in conflict met Still over de te onderwijzen basisvakken.

In 1900 richt Littlejohn het College voor Osteopathie op in Chicago. In 1913 verhuist Littlejohn terug naar Engeland en richt er in 1917 the British School of Osteopathy op.

Uiteindelijk wordt de osteopathie in 1993, met de ondertekening van de “Osteopaths Act”, als een afzonderlijk beroep geregulariseerd. De General Osteopathic Council (GOsC) wordt gekozen om de osteopathie in het Verenigd Koninkrijk bij wet te regelen, haar beroepsbeoefenaars te registreren, de patiënten te beschermen en het beroep verder uit te dragen. Tegenwoordig zijn de Engelse colleges voor osteopathie verbonden aan de officiële structuren van het hoger onderwijs.

Vanuit Engeland komt de osteopathie naar het Europese vasteland, waarna het eerst via Frankrijk en wat later ook via België de rest van Europa verovert.


Plaats in de gezondheidszorg

Ondanks een zekere erkenning van het beroep via de kaderwet voor niet-conventionele geneeswijzen Colla, is de titel van osteopaat nog steeds niet beschermd en heeft de osteopathie voorlopig nog geen wettelijk statuut in België.

Het werkveld van de osteopaat situeert zich binnen de eerstelijnsgezondheidszorg. Voor het bezoek aan een osteopaat is er dus geen voorschrift van een huisarts of van een specialist nodig. Wel werkt de osteopaat samen met artsen, specialisten en/of andere disciplines in de gezondheidszorg.

De osteopaat is volledig zelfstandig bij het uitoefenen van zijn beroep. Hij werkt zowel diagnostisch als therapeutisch.

Doorgaans oefent de osteopaat zijn beroep uit in een eigen praktijk, al dan niet in een samenwerkingsverband met andere practici.